Gebied

Waterpoort ligt op de grens van de provincies Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant rondom het Volkerak-Zoommeer. Waterpoort bestaat uit: De gemeenten Goeree-Overflakkee, Tholen, Bergen op Zoom, Steenbergen, Moerdijk en Halderberge. De wateren Zoommeer – Krammer – Volkerak, Schelde-Rijnkanaal en de Mark-, Dintel- en Vlietboezems.

 

Geschiedenis
Het landschap rondom het Volkerak-Zoommeer is gevormd door het water. Het landschap kent een bewogen geschiedenis. In de eeuwenlange ontwikkeling van dit gebied is water dé bepalende factor geweest. Daarbij gaat het niet alleen om de strijd tégen het water maar ook om water als bondgenoot in de strijd tegen vijandelijke troepen en als vestigingsplaats en bron van beschaving.

Lang geleden bestond het gebied grotendeels uit veen. Vanaf de vroege middeleeuwen erodeert het veen door binnendringend zeewater, mede doordat de mens het veen is gaan ontwateren door greppels en slootjes te graven. Door de afwisseling van bedijkingen, verbindingen en stormvloeden blijft de delta steeds in verandering.

 

 

 

Suikerbieten
Op de grens van land en water ‘leefde je met en van het water’: een rijk natuurlijk milieu, omspoeld door schelpdier- en visrijke wateren, die uitstekend als vaarwegen dienden, waarna (handels)steden tot bloei komen met vruchtbare landbouwgrond dicht in de buurt. De ontginning van veengebieden begon in de middeleeuwen. Veen werd al vroeg onder andere als brandstof gebruikt. De inwoners van Zeeland haalden ook zout uit veen dat door zeewater was overspoeld. Doordat import van rietsuiker door handelsbeperkingen in problemen was gekomen werd suikerproductie van eigen kleibodem lucratief. Het aantal suikerfabrieken steeg snel in West-Brabant met Bergen op Zoom en Dinteloord als belangrijkste doorvoerhavens. Door allerlei oorzaken werden de relatief kleine fabriekjes gedwongen tot samenwerking met in 1919 de oprichting van de Centrale Suikermaatschappij (CSM) tot gevolg.

 

 

Stormvloeden
In de 16e eeuw is de delta door een reeks stormvloeden veranderd in een eilandenrijk gebied. Ook het noordwesten van Brabant heeft met een serie eilanden in de monding van de Brabantse rivieren de Dintel en de Mark een uitgesproken deltakarakter. Door inpoldering van natte kleigronden ontstonden nieuwe nederzettingen.

Het grootste gedeelte van het gebied was bedijkt maar lag onder de zeespiegel. De gevolgen van stormvloeden en dijkdoorbraken waren dan ook desastreus. De watersnoodramp van 1953 hoorde in de rij stormvloeden van zwaar kaliber thuis. Velen inwoners vonden de dood. Om te voorkomen dat dit ‘ooit weer gebeurde’ kwamen in de periode 1957-1997 de Deltawerken tot stand. De kustlijn werd verkort en een aantal zeearmen werd in afzonderlijke meren opgedeeld.

 

Waterkwaliteit
De Deltawerken brachten veiligheid en maakten het gebied beter bereikbaar. Het getij werd teruggedrongen en er ontstonden bekkens met zoet en stilstaand zout water. Vooral de landbouw profiteerde van de grote zoetwatervoorraad in de omgeving.

De afname van het getij, het opknippen van de delta in afzonderlijke binnenwateren en toename van zoet water in de delta had echter een schaduwzijde. Zo is de kwaliteit van het Volkerak-Zoommeer afgenomen. Ook de kwaliteit van de Grevelingen is verslechterd door te weinig waterbeweging en verversing.